Ik heb een...

Planten in een zorginstelling

Planten in een zorginstelling
Voorbereiding
  • Doelgroep

    • Verpleegkundigen / verzorgenden
    • Begeleiders die geen verzorgende handelingen uitvoeren
    • Vrijwilliger
    • Mantelzorgers
    • Schoonmaak medewerkers
    • Bezoeker
    • Cliënt
  • Locatie

    • Verpleeghuis
    • Woonzorgcentra
    • Kleinschalige woonvormen
    • Zorglocatie voor langdurige zorg
  • Benodigde materialen

    • Vloeibare zeep en papieren handdoekjes
    • Beschermende kleding; plastic halterschort
Toepassing
  • Doel

    Het veilig gebruiken en plaatsen van planten in de zorginstelling, zodat risico’s voor cliënten, medewerkers en bezoekers worden voorkomen.

  • Waarom

    In de zorginstelling mogen planten aanwezig zijn, zolang ze geen risico vormen voor de gezondheid en veiligheid van cliënten, medewerkers en bezoekers. Planten kunnen bijdragen aan een prettige omgeving, maar het is belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met het plaatsen en onderhouden ervan.

Werkwijze
  • Algemene regels voor planten

    • Planten zijn toegestaan in cliëntenkamers en in gemeenschappelijke ruimtes, zoals de huiskamer of gangen.
    • Planten mogen niet in ruimtes staan waar eten wordt bereid (keuken, spoelkeuken).
    • Plaats geen giftige planten.
    • Controleer planten op schimmel, vocht of ongedierte.
    • Planten mogen geen water lekken op vloeren of meubels.
    • Zet planten op een plek waar ze niet hinderen bij zorgverlening of looproutes.
    • Reinig potten en schotels bij verontreiniging.
    • Plaats groene mos- of plantwanden alleen in de openbare ruimtes van de zorginstelling, zoals de entree en/of gangen. Zorg ervoor dat deze wanden goed worden onderhouden, zodat er geen schimmel, vochtproblemen of ongedierte ontstaat.
    • Verwelkte bloemen, bladeren en planten worden meteen verwijderd.

    Toelichting

    Was altijd je handen met water en zeep na contact met bloemen, planten, aarde of potgrond. Zo voorkom je dat micro-organismen via de handen worden verspreid. Draag een halterschort wanneer er kans is dat je werkkleding vies wordt tijdens het verzorgen van planten of bloemen.

  • Snijbloemen

    • Snijbloemen zijn toegestaan.
    • Ververs het water minimaal elke 2 dagen.
    • Gooi bloemen weg zodra ze verwelkt zijn.
    • Gebruik vazen die goed schoon te maken zijn.
    • Voeg plantenvoeding of snijbloemenvoeding toe aan het water van bloemen. Dit helpt om de bloemen langer mooi te houden en voorkomt dat er te veel in het water groeien.
  • Planten in cliëntenkamers

    • Cliënten mogen planten hebben in hun eigen kamer.
    • De plant moet veilig zijn (niet giftig, geen schimmel, geen lekkage).
    • Gebruik bij potplanten bij voorkeur hydrokorrels. Deze zorgen ervoor dat de plant niet te nat wordt en verkleinen de kans op schimmel of bacteriegroei.

    Toelichting

    Hydrokorrels zijn gemaakt van klei en niet giftig. Als iemand ze inslikt, kan er wel een risico op verstikking zijn. Daarom moet per cliënt worden bekeken of hydrokorrels veilig gebruikt kunnen worden.

  • Planten in gemeenschappelijke ruimtes

    • Alleen planten die weinig onderhoud nodig hebben.
    • Vermijd grote planten die looproutes blokkeren.
    • Plaats planten zo dat ze niet omvallen of water lekken.
    • Gebruik bij potplanten bij voorkeur hydrokorrels. Deze zorgen ervoor dat de plant niet te nat wordt en verkleinen de kans op schimmel of bacteriegroei.

    Toelichting

    Hydrokorrels zijn gemaakt van klei en niet giftig. Als iemand ze inslikt, kan er wel een risico op verstikking zijn. Daarom moet per cliënt worden bekeken of hydrokorrels veilig gebruikt kunnen worden.

  • Tuinieren buiten

    • Bij tuinieren buiten kan de grond besmet zijn met uitwerpselen van . Was daarom altijd goed je handen met water en zeep na contact met tuin, aarde of potgrond.
Verantwoordelijkheden
  • Verantwoordelijkheden

    In de zorginstelling zijn verschillende mensen verantwoordelijk voor het verzorgen van planten. Medewerkers, cliënten en naasten letten erop dat planten geen schimmel vormen, geen water lekken en geen ongedierte aantrekken.

    De afdeling zorgt ervoor dat planten niet worden geplaatst in ruimtes waar eten wordt bereid. Ook moet worden voorkomen dat planten hinder geven bij de zorgverlening of in looproutes staan.

  • Randvoorwaarden / aandachtspunten

    Planten mogen aanwezig zijn in een zorginstelling, maar alleen als ze veilig, hygiënisch en goed te onderhouden zijn.

    Houd rekening met cliënten die extra risico lopen.

    • Cliënten en medewerkers met een niet‑intacte huid op handen of armen mogen geen contact hebben met bloemen, planten, potgrond of aarde, als de huid niet goed kan worden afgedekt.
    • Laat cliënten met een verminderde weerstand niet in aanraking komen met potgrond of aarde, omdat dit extra risico’s geeft op infecties.
    • Als iemand een (relatieve) contra‑indicatie heeft voor contact met planten, kun je een veilig alternatief aanbieden, zoals een gesloten ecosysteem in glas.
Appendix
  • Definities

    • Micro-organismen

      Microscopisch kleine levensvormen, als bacteriën, virussen, schimmels en parasieten.

    • NEN

      Een standaard waarin alle Nederlandse Normen voor allerlei gebruiksvoorwerpen, maar ook voor processen worden vastgelegd. Voor bijna alles is wel een norm beschikbaar, van gebruiksvoorwerpen tot de bescherming van persoonsgegevens.

    • Dieren

      Onder dieren wordt in dit protocol verstaan: Inwonende honden, therapiehonden, katten, vogels, konijnen, vissen of andere dieren die geen gevaar opleveren voor cliënten en medewerkers en goed te instrueren zijn en/of in een kooi worden gehouden.

  • Literatuur

    Richtlijnen SRI

Updategeschiedenis
Type Omschrijving Datum Details
Controle Publicatie nav SRI richtlijn 20 juli 2026